In ons schoolplan staat:
"PWA-school: Met plezier presteren - onze school moet een veilige omgeving zijn, waar je mag zijn wie je bent, waar je warmte en geborgenheid vindt"
Pesten komt helaas op iedere school voor. Het is een probleem dat wij onder ogen zien en serieus willen aanpakken.
Pesten moet als probleem gezien worden door alle direct betrokken partijen : leerlingen (gepeste kinderen, pesters en de
zwijgende groep), leerkrachten en de ouders/verzorgers.
De school moet proberen pestproblemen te voorkomen. Los van het feit of pesten wel of niet aan de orde is, moet het
onderwerp pesten met kinderen bespreekbaar worden gemaakt, waarna met hen regels worden vastgesteld.
Als pesten optreedt, moeten leerkrachten (in samenwerking met ouders) dat kunnen signaleren en duidelijk stelling nemen.
Wanneer pesten ondanks alle inspanningen toch weer de kop opsteekt, moet de school beschikken over een directe aanpak.
Wanneer het probleem niet op de juiste wijze wordt aangepakt of de aanpak niet het gewenste resultaat oplevert, dan is de
inschakeling van een vertrouwenspersoon nodig. De vertrouwenspersoon kan het probleem onderzoeken, deskundigen raadplegen en het bevoegd gezag adviseren.
Op iedere basisschool is een vertrouwenspersoon aangesteld. Op de Prins Willem Alexanderschool zijn dat mevr C.H.H. Wetzelaer en mevr M. Goertz.
Een pestproject alleen is niet voldoende om een eind te maken aan het pestprobleem. Het is beter om het onderwerp regelmatig aan de orde te laten komen, zodat het ook preventief kan werken.
Hoe willen wij op school daarmee omgaan ?
Op school stellen wij regelmatig in de groep een onderwerp aan de orde(vanuit de methode voor sociaal-emotionele vorming: Soemo-kaarten.
Onderwerpen als veiligheid, omgaan met elkaar, rollen in een groep, aanpak van ruzies etc. kunnen aan de orde komen.
Andere werkvormen zijn ook denkbaar zoals spreekbeurten, regels met elkaar afspreken over omgaan met elkaar en groepsopdrachten.
Het voorbeeld van de leerkrachten (en thuis de ouders) is van groot belang. Er zal minder gepest worden in een klimaat waar duidelijkheid
heerst over de omgang met elkaar, waar verschillen worden aanvaard en waar ruzies niet met geweld worden opgelost maar uitgesproken. Agressief
gedrag van leerkrachten, ouders en de leerlingen worden niet geaccepteerd. Leerkrachten horen duidelijk stelling te nemen tegen dergelijke gedragingen.
Een effectieve methode om pesten te stoppen of binnen de perken te houden is het afspreken van regels met en voor de leerlingen.
Signalen van pesterijen kunnen onder andere zijn:
- Het geven van een bijnaam - iemand nooit bij de eigen naam noemen.
- Zogenaamd leuke opmerkingen maken over een klasgenoot.
- Een klasgenoot voortdurend ergens de schuld van geven.
- Briefjes doorgeven.
- Opmerkingen maken over kleding.
- Isoleren.
- Buiten school opwachten - slaan - schoppen.
- Op weg naar huis achterna fietsen.
- Naar het huis van het slachtoffer gaan.
- Bezittingen afpakken.
- Schelden of schreeuwen tegen het slachtoffer.
- Vervelende e-mails versturen.
Deze lijst kan helaas uiteraard nog verder worden uitgebreid. Leerkrachten en ouders moeten daarom alert zijn op de manier waarop kinderen met elkaar omgaan en duidelijk stelling nemen wanneer bepaalde gedragingen de norm overschrijden.
Belangrijke stelregels die wij op school hanteren:
Het inschakelen van een leerkracht wordt niet opgevat als klikken. Vanaf groep 1 brengen we de kinderen dit al bij je mag niet klikken, maar als je gepest wordt of als je ruzie met een ander hebt en je komt er zelf niet uit, dan mag je hulp aan de leerkracht vragen. Dit wordt niet gezien als klikken.
Ook de medeleerling heeft een verantwoordelijkheid om het pestprobleem bij de leerkracht aan te kaarten. Alle leerlingen zijn immers verantwoordelijk voor een goede sfeer in de groep.
Samenwerken zonder bemoeienissen. School en gezin halen voordeel uit een goede samenwerking en communicatie. Bij problemen van pesten zal de school de verantwoordelijkheid moeten nemen en indien nodig overleg voeren met de ouders. De inbreng van de ouders blijft bij voorkeur beperkt tot het aanreiken van informatie, tot het geven van suggesties en tot het ondersteunen van de aanpak van de school. Het is bijvoorbeeld niet de bedoeling dat ouders naar school komen om eigenhandig een probleem voor hun kind op te lossen.
Regels die op onze school voor alle groepen gelden:
Doe niets bij een ander kind, wat je zelf ook niet prettig zou vinden.
Kom niet aan een ander als de ander dat niet wil.
We noemen elkaar bij de voornaam en gebruiken geen scheldwoorden.
Als je kwaad bent ga je niet slaan, schoppen, krabben.
Zeg duidelijk tegen de ander, dat je het niet wilt: STOP
Niet: zomaar klikken, wel: aan de juf/meester vertellen als er iets gebeurt is wat je niet prettig of gevaarlijk vindt.
Vertel de juf/meester wanneer jezelf of iemand anders wordt gepest.
Word je gepest : praat er thuis ook over - je moet het niet geheim houden.
Uitlachen, roddelen en dingen afpakken of kinderen buitensluiten vinden we niet goed.
Niet aan spullen van een ander zitten.
Luisteren naar elkaar.
Iemand niet op het uiterlijk beoordelen.
We gaan niet:
1. iemand opzettelijk pijn doen
2. iemand buiten school opwachten
3. iemand achterna zitten om te pesten
Probeer ook zelf een ruzie met praten op te lossen.
Deze regels gelden op school en daarbuiten!
Aanpak van ruzies en pestgedrag:
Wanneer leerlingen ruzie met elkaar hebben en/of elkaar pesten proberen zij/wij.
Er eerst zelf en samen uit te komen.
Zeg duidelijk tegen de ander dat je het niet wilt: STOP
Op het moment dat één van de leerlingen er niet uitkomt (in feite het onderspit delft en verliezer/zondebok wordt) heeft
deze het recht en de plicht het probleem aan de juf/meester voor te leggen.
De leerkracht brengt de partijen bij elkaar voor een verhelderingsgesprek en probeert samen met hen de ruzie of pesterij
op te lossen en (nieuwe) afspraken te maken. Bij herhaling volgen sancties. (zie consequenties).
Bij herhaaldelijk ruzie/pestgedrag neemt de leerkracht duidelijk stelling een houdt een bestraffend gesprek met de
leerling die pest/ruzie maakt. De fases van bestraffen treden in werking (zie consequenties). Worde de afspraken niet nagekomen, dan worden de ouders
op de hoogte gebracht van het ruzie-/pestgedrag. Leerkracht(en) en ouders proberen in goed overleg samen te werken aan een bevredigende oplossing.
De leerkracht biedt altijd hulp aan de gepeste en begeleidt de pester indien nodig in overleg met de ouders en/of
externe deskundigen.
Begeleiding van de gepeste leerling:
Medeleven tonen en luisteren en vragen: hoe en door wie wordt er gepest.
Nagaan hoe de leerling zelf reageert (vier stappen) - wat doet hij/zij voor/tijdens/na het pesten.
Het aanleggen van een ‘’verwerkingsschriftje’’. Onder of buiten schooltijd kan het kind de
ervaringen van zich af schrijven/tekenen.
Huilen of heel boos worden, is vaak een reactie die de pester wil uitlokken. De leerling in laten zien, dat je op een
andere manier kunt reageren.
Zoeken en oefenen van een andere reactie – bijv. Je niet afzonderen.
Het gepeste kind laten inzien waarom een kind pest.
Nagaan welke oplossing het kind zelf wil.
Sterke kanten van de leerling benadrukken.
Belonen (schouderklopje) als de leerling zich anders/beter opstelt.
Praten met de ouders van de gepeste leerling en de ouders van de pester(s).
Het gepeste kind niet overbeschermen bijv naar school brengen of ‘’Ik zal het die pester(s) wel eens
gaan vertellen’’– hiermee plaats je het gepeste kind in een uitzonderingspositie, waardoor het pesten zelf nog kan toe nemen.
Begeleiding van de pester:
Praten: zoeken naar de reden van het ruzie maken/pesten (de baas willen zijn/jaloezie/verveling, zich buiten gesloten voelen….);
Laten inzien wat het effect van zijn/haar gedrag is voor de gepeste;
Excuses aan laten bieden;
In laten zien welke sterke (leuke) kanten de gepeste heeft;
Pesten is verboden in en om de school. Wij houden ons aan die regel – straffen als het&
kind pest – belonen (schouderklopje) als het kind zich aan de regels houdt;
Kinderen leren niet meteebn kwaad te reageren, leren beheersen, de ‘stop-eerst-nadenken-houding’ of
een andere manier van gedrag aanleren;
Contact tussen ouders en school – elkaar informeren en overleggen. Inleven in het kind – wat is
de oorzaak van het pesten?
Zoeken van een sport of club waar het kind kan ervaren dat contact met andere kinderen wel leuk kan zijn;
Inschakelen van hulp – sociale vaardigheidstrainingen – jeugdgezondheidszorg – huisarts.
Consequenties:
De leerkracht heeft het idee dat er sprake is van onderhuids pesten. In zo’n situatie stelt de leerkracht een algemeen probleem aan de orde om langs die weg bij het probleem in de klas te komen. De leerkracht ziet dat een leerling wordt gepest(of de gepeste leerling of medeleerlingen komen het hem/haar melden). Vervolgens leveren de genoemde stappen geen resultaat op voor de gepeste.
De leerkracht neemt een duidelijke stelling in. De straf is opgebouwd in vijf fases – afhankelijk hoe lang de pester door blijft gaan met zijn/haar pestgedrag en er geen verbetering is te constateren in zijn/haar gedrag.
Fase 1:
Eén of meer pauzes binnen blijven.
Nablijven tot alle kinderen naar huis zijn vertrokken.
Een schriftelijke opdracht zoals een stelopdracht over de toedracht en zijn/haar rol in het pestprobleem.
Door gesprek : bewustwording voor wat hij/zij met het gepeste kind uithaalt.
Afspraken maken met de pester over gedragsveranderingen. De naleving van deze afspraken komen aan het einde van
iedere week in een kort gesprek aan de orde.
Fase 2:
Een gesprek met de ouders als voorgaande acties op niets uit lopen. De medewerking van de ouders wordt nadrukkelijk
gevraagd om een eind aan het probleem te maken.
De school heeft alle activiteiten vastgelegd in het leerlingdossier en de school heeft al het mogelijk gedaan om een eind
te maken aan het pestprobleem.
Fase 3.
Bij aanhoudend pestgedrag kan deskundige hulp worden ingeschakeld zoals bijv. Consent, schoolarts, Welsun ……
Fase 4:
Bij aanhoudend pestgedrag kan er voor gekozen worden om een leerling tijdelijk in een andere groep te plaatsen, binnen de school.
Fase 5:
In extreme gevallen kan een leerling geschorst of verwijderd worden (stappen staan in de schoolgids).
Oorzaken van het pestgedrag:
Een problematische thuissituatie – voortdurend gevoel van buiten gesloten voelen – voortdurend in een niet passende rol gedrukt worden – voortdurend met elkaar de competitie aangaan – een voortdurende strijd om macht in de klas of in de buurt.
Adviezen aan de ouders van gepeste kinderen:
Houd de communicatie met uw kind open, blijf in gesprek.
Als pesten niet op school gebeurt, maar op straat – probeert u contact op te nemen met de ouders van de pester(s) om
het probleem bespreekbaar te maken.
Pesten op school kunt u het beste direct met de leerkracht bespreken.
Door positieve stimulering (en zgn schouderklopjes) kan het zelfrespect vergroot worden of weer terug komen.
Steun uw kind in het idee dat er een eind aan het pesten komt.
Adviezen aan de ouders van pesters.
Neem het probleem van uw kind serieus.
Raak niet in paniek – elk kind loopt kans pester te worden.
Probeer achter de mogelijke oorzaak te komen.
Maak uw kind gevoelig voor wat het anderen aandoet.
Besteed extra aandacht aan uw kind.
Corrigeer ongewenst gedrag en benoem het goede gedrag van uw kind.
Maak uw kind duidelijk dat u achter de beslissing van de school staat.
Adviezen aan alle andere ouders:
Neem de ouders van het gepeste kind serieus.
Stimuleer uw kind om op een goede manier met andere kinderen om te gaan.
Corrigeer uw kind bij ongewenst gedrag en benoem goed gedrag.
Geef zelf het goede voorbeeld.
Leer uw kind voor zichzelf op te komen.
Leer uw kind voor anderen op te komen.

